ZELF LEREND …… en de moed om los te laten

Gisteren was ik in Utrecht bij de masterclass van Mark Mieras, ‘de wetenschap achter leren’, georganiseerd door Operation Education. De wetenschapsjournalist nam ons op heel heldere en inspirerende manier mee in de wereld van de schepping. Zo heeft hij het zelf niet genoemd; dit is mijn reflectie.

Ik ben inmiddels al jaren bezig met het onderzoek van mijn eigen zelf-lerend vermogen. Daarin beleef ik innerlijk erg veel en komen er fantastisch mooie inzichten vrij over hoe wij als mens zijn gecreëerd en waarmee wij ons ontwikkelen. Nu Mark de wetenschappelijke ‘bewijzen’ eroverheen legt, maakt mijn hart een sprongetje: voelen en denken vallen samen en ik besef voor de zoveelste maal de grootsheid, de schoonheid, het raffinement, de efficiëntie, de liefde, de potentie waarmee wij zijn geschapen, een wonderbaarlijke creatie, letterlijk!

Het zelf-lerend-vermogen baart wonderen, “mist we het leven speels willen aangaan”, zegt Mark. Dat kunnen jonge kinderen gelukkig nog, spelend leren. Zij hebben een stevige verbinding met de grote innerlijke creatiekracht. Zij zijn puur en nog niet ‘meegenomen’ in de letterlijke waan van onze denk-cultuur. Hun nieuwsgierigheid neemt hen mee in een ontdekkingstocht, waarin ze op jonge leeftijd de onbevangen speelsheid tonen en zich bewust worden van vaardigheden die van wezenlijk belang zijn voor het leven zelf, ook op latere leeftijd. Zo is de mens geschapen en niet voor niets. Door dit vermogen is de mens in staat nieuwe (innerlijke) wegen te creëren die we tot dan toe niet kennen, ten behoeve van het pure leven.

Ik, als oudere volwassene, moest die vaardigheid terugwinnen op mezelf. Ik herinner me nog goed mijn levenslustige en speels-ondernemende houding toen ik 4 jaar oud was, vol overgave aan het leven. Maar ik weet ook nog als de dag van gisteren de momenten in mijn jeugd dat ik die houding stukje bij beetje heb losgelaten, vanwege mijn angsten, omdat ik nog niet wist hoe ik mijn zelf trouw moest blijven in een cultuur die bepalend, heersend, verplichtend en manipulerend was.

Ik deed mijn uiterste best om alles goed te doen en kon me goed aanpassen, stoer en trots, uit angst voor afwijzing. Ik nam ideeën aan en volgde vastgestelde regels, ontwikkelde overtuigingen, werkte hard, liep in de pas en op mijn tenen om te bewijzen dat ook ík van betekenis kon zijn en was tegelijkertijd onzeker of die ander mijn kwaliteiten wel konden zien en waarderen. Langzaamaan is de levensvreugde uit me weggevloeid en gelukkig kon ik mezelf met mooie spullen, interessante studies en fijne vakanties op de been houden. Al met al een zwaarmoedig, angstig en kwetsbaar bestaan. Dat proces duurde zo’n 30 jaar.

Misschien was het precies de bedoeling wat er gebeurde en moesten de angsten achter mijn overtuigingen en gewoonten zich eerst nadrukkelijk laten zien in twee keer burn-out. Mijn denken werd onmachtig, ik kon zelfs niet meer lezen.
Misschien was het wel de laatst oproep van mijn ziel, waarmee zij toonde: “Je bent op de verkeerde weg!” Deze toestand was een uitnodiging om bewust te kiezen tussen de eerzucht in mijn carrière en mijn zielsbehoeften.
Maar hoe neem je afstand van iets wat je denkt nodig te hebben?

Ik werd innerlijk gedreven naar het loslaten van al het oude denken dat was gebaseerd op angst, op ‘zo hoort het’ en ‘zo doe je dat als je een goed mens bent’. Hoe laat ik de overtuigingen los waarin ik geloof, de waarheden waarop ik reken, de gewoonten waarvan ik afhankelijk denk te zijn? Ik moest dieper in mezelf zoeken naar een andere, eerlijke waarheid. Spannend! Er bleef niets over …. maar veel meer dan ik aanvankelijk dacht. In dat eenzame ‘niemandsland’ kwam mijn wezenlijke zelf stapje voor srapje weer in beeld. Dat is ook leren; een confronterende leerschool én een liefdevolle, effectieve!
Een opluchting nu, een weldaad om bewust, stabiel, licht en in vrede in de veranderende wereld te staan, de creatie-kracht te beleven, jong van hart, speels, geïnspireerd, vreugdevol en vol goede moed. Zou het kunnen dat dit vermogen bestemd is voor het gehele leven en niet slechts voor kinderen?

Ik heb gemerkt dat door te stoppen met zelf-afkeuring en aan te nemen dat ik goed ben zoals ik ben, mijn bestaan zachter werd, dat ik niet meer hoef te presteren, niets hoef te bewijzen of te voorkomen. Mijn innerlijke zelf-zorg is mijn commitment aan het leven, mijn verantwoordelijkheid om oorzaak en gevolg van mijn eigen daden te accepteren en stoppen met anderen de schuld te geven.
Daarmee is ook de grote creatie-kracht in beeld gekomen. Een kracht die ten behoeve van het leven aanwezig is in ieder mens, maar die in onze maatschappij buiten beeld wordt gehouden en vrijwel geen erkenning meer krijgt. Ik leer weer te spelen; niet creatief bezig zijn uit vermaak, maar wezenlijke creatie in te zetten in wat in mijn leven ten diepste nodig is, in de ontwikkeling en de uiting van mijn vermogens, in de uitdagingen van het leven.

Waar mijn aandacht is, leef ik. Hoe ik denkt, beleef ik mijn leven. Denk ik niet, ervaar ik pure sereniteit. Opbouwende en afbrekende gedachten kruisen elkaar regelmatig? Welke laat ik winnen? Met welke ga ik mee en waarom? Ze zijn er niet voor niets, ze nodigen me uit antwoord te geven en autonoom te (leren) kiezen. Wat in mij bepaalt welke keuze?
Mijn leven is bedoeld om mezelf te beleven in alles wat ik doe. En toch niet om mijn zelf-beleving stil te leggen ten behoeve van een ander, of nog erger, ten behoeve van het floreren van een organisatie? Waar blijf ik dan zelf? Waar blijft dan mijn verbinding met de zin van míjn leven? Hoe kan ik mijn gelukkig-zijn beleven als ik me míjn léven niet besef? Ik ben een levend wezen en niet een robot-achtige slaaf van een bedrijf; ik ben een dagelijks ontwikkelende ziel die niet pas aan bod kan komen in vakantietijd of na mijn pensioendatum.

Ik sta in het middelpunt van mijn leven, gewoon omdat het mijn plicht is om mezelf in ieder moment geïnspireerd en levendig te houden. In onze calvinistische cultuur lijkt deze houding egocentrisch met een negatieve lading, maar wie moet, anders dan ik zelf, mijn verantwoordelijkheid nemen voor míjn keuzes in míjn leven?
En hoe staat het met egoïsme? Ook niet, want als ik de ander diezelfde ruimte geef en als ik mijn houding eveneens afstem op het grote geheel, omdat ik zo zeer begrijp dat dát ten diepste nodig is, vertoon ik opeens een sociale houding.
Als wij allemaal uit respect voor het leven onze innerlijke taak zouden oppakken, dan zou door onze creatie-kracht een wereld ontstaan waarin de wezenlijke behoefte van iedereen ruimte krijgt. Hoe zou de wereld er dán uitzien? Welke bedrijven zouden er dán zijn? Hoe zouden de scholen dán zijn georganiseerd? Wat zou de techniek dán ontwikkelen? …. Als alles er is ten behoeve van de wezenlijke kwaliteit van leven.

Terug naar leren, terug naar het onderwijs.
Ons zelf-lerend-vermogen is ontstaan ten behoeve van ons eigen, totale leven en niet slecht om mentaal een kennis-plaatje op te slaan en zo een bibliotheek te creëren in onze bovenkamer. Mark liet dat zo duidelijk zien aan de hand van een lerende baby. Die maakt geen losse foto’s in zijn hoofd. Maar met zijn hele wezen verbindt de baby zich met wat hij meemaakt; hij doorvoelt wat hij beleeft, hij kn niet anders. Zijn denken werkt samen met zijn gevoelsbeleving. Hij onderzoekt, beleeft, slaat dat op en vergelijkt dit met wat hij al weet; niet alleen met wat hij cognitief kent. Hij leert ook de werking van zijn zintuigen, zijn positie te bepalen, zijn gevoelens, zijn zelf-kritiek, zijn eigen waarde, zichzelf te vertrouwen, zijn reactie op anderen …..
Dit vermogen is het belangrijkste van leren, die totaal-beleving, vanuit bewust-zijn. Het vraagt tijd, rust en een leeg hoofd om bewust te worden, te erkennen, te verwerken, te beklijven en bij te stellen.

In het onderwijs werken we snel en doen we veel; we zijn altijd bezig met het denken. Door voornamelijk te werken met het geheugen en mentale inzichten, beperken we de jonge mens. En ….. als we daarmee een nieuw automatisme inslijpen, wordt de jonge mens langzaam aan weggetrokken uit het besef van zichzelf, uit de wezenlijke beleving van wat hij doormaakt, terwijl dáár juist de basis ligt voor de stabiliteit van zijn bestaan. Daarom is het besef van zelfvertrouwen, eigenwaarde, zelfkennis en zelfrespect zo belangrijk.

Mark vertelt de voorwaarden voor leren: nieuwsgierig durven zijn, fouten durven maken, durven te vergeten, durven het te laten gebeuren, durven het niet te weten, durven interactief te zijn.
Geen fouten durven maken was voor mij, als volwassene, het aller moeilijkste. Al het andere lijkt daaronder te vallen. Jonge kinderen kennen die belemmering nog niet. Zij kunnen onbevangen onderzoeken, uitproberen, iets anders kiezen als het hen niet bevalt en weer vergeten wat ze niet nodig hebben. Zij staan open in de wereld, zijn nieuwsgierig en laten het graag gebeuren opdat er weer iets leuks kan ontstaan. Zij weten dat ze iets niet weten en staan open om nieuwe inzichten op te doen en daarmee hun wijsheid verder te openen.

Volwassenen in onze maatschappij zijn gebrainwashed op goed-en-fout; wij vechten om ónze waarheid, we willen goed zijn en van waarde, alsof we dat van nature niet zijn. We zijn het vergeten, ons bestaansrecht zoals we zijn, onze diepste waarde en het onverschrokken vertrouwen. En dat terwijl het laatste het meest belangrijk is in het veranderproces naar de wezenlijke menselijke natuur. Wij, volwassenen, mogen weer vertrouwen ontwikkelen om te kunnen veranderen, opdat we onze kinderen de ruimte geven om te leven zoals het eigenlijk is bedoeld.

Wat, waarin of waarop mogen we weer leren vertrouwen?
Op dat wat van nature al aanwezig is, maar wat we niet meer in onszelf (h)erkennen: onze eigen innerlijke vermogens, zoals het verteringssysteem waarmee we ons voedsel maar ook ons (emotionele) leven verteren; het zelf-genezende vermogen dat constant regenereert en re-vitaliseert; op ons zelf-lerend-vermogen dat voortdurend bezig is onze wezenlijke wijsheid stap voor stap bloot te leggen; op de perfecte schoonheid van het leven waarmee we kunnen beseffen dat alles goed is zoals het gebeurt; in de oneindige creatie-kracht waarmee alles mogelijk is en het bestaan van elke creatie erkend wordt. Er is zoveel potentie in ons. Durven we hierop vertrouwen?

Vertrouwen kunnen we leren door moed, de moed om hét te laten gebeuren. Maar wat is dat hét? We hebben geen verbinding meer met dat hét, onze aandacht was al lang niet meer bij ’t hét, omdat we dachten dat we het zelf wel konden bedenken. En nu zit er angst op ’t hét, angst dat hét fout zal gaan……..
Maar wat als fout niet bestaat? Het idee van dat foute is maar een idee, een bedenksel van het denken! Wie bepaalt dat het ene goed is en het andere fout? Onze afspraken, onze behoudendheid, onze controledrang? Wat als het gewoon gaat zoals het bedoeld is te gaan en dat hét goed is? Hét gaat niet fout, als we meegaan met de stroom. Hét gaat waarschijnlijk wel ánders dan wij hebben bedacht; hét zou ook zo maar veel mooier kunnen worden dan we nu kunnen bedenken.

We hebben moed nodig om al die vastgezette gedachten, al wat we geloven nodig te hebben, wat we denken te moeten, alles wat we denken te kunnen voorkomen, ….. los te laten. We mogen de controle loslaten, het beter-weten laten varen, stoppen met het zorgelijke piekeren, stoppen met belangrijk willen zijn, met eer behalen en bewijzen dat we goed zijn. We hebben moed nodig om het gedachtengoed van deze maatschappij in twijfel te trekken. En gewoon lichter te leven.

Heb jij de moed om het wezenlijke van het leven écht voorrang te geven in je dagelijks leven?
Alleen dán kunnen de natuurlijke krachten van het leven zich laten zien; zoals bij heel jonge kinderen.
Die prachtige onbevangenheid zit van oorspronkelijk ook in ons, de volwassenen. Het is een kwestie van her-ontdekken.

Natuurlijk wil Mark Mieras ons helpen om stappen zetten waarmee we dit vermogen kunnen terugwinnen. Zijn laatste vragen waren daarom: Wat ga jij nu doen in jouw organisatie?
– Wat wil jij gaan versterken?
– Waarmee wil je stoppen?
– Wat wil je leren?
– Wat is je volgende stap?

Ik heb een tijdje gepuzzeld op deze vragen, omdat ik niet dagelijks werk in een schoolorganisatie. Welke invloed heb ik dan? Een open vraag aan mezelf. En opeens was daar het antwoord, onverwacht: “Ik begin bij mezelf!”
– Wat ik wil versterken is …..
mijn geloof dat in iedereen alles aanwezig is om het leven te leven dat precies bij haar/hem past.
– Waarmee ik stop is ….
me zorgen te maken over het huidige onderwijs, de jeugd die daar nu les krijgt en de leerkrachten die denken onmachtig te zijn;
– Wat ik leer is ….
dat ik wil bewegen en naar buiten wil uitreiken;
dat ik graag van dienst wil zijn ín dit onderwijsproces, in de organisatie, omdat daar samen met anderen te leren.
– Mijn volgende stap is ……
dit stuk schrijven, het kenbaar te maken en mijn begeleidingsvaardigheden aan scholen aanbieden.

Dank je wel Mark, voor je inspiratie!

[reactie van Mark Mieras: “Een mooi persoonlijk verhaal”]