Het idee dat we het perfecte moeten doen, komt voort uit het idee dat wat we dóen, fout kan zijn. De basis hiervoor is dus het gedachtengoed van goed-en-fout. Het ego gebruikt dit denk-systeem opdat het kan bepalen wat het zou ‘moeten’ doen. Als het ego ‘het goede’ doet, kan het trots zijn op zichzelf; als blijkt dat ‘het’ fout was, dan rekent het zichzelf af door schaamte. En daarmee zijn we beland in het moeras van het denken…….

Echter……
In de wereld van de perfectie zelf, is álles OK. In het speelveld van de liefde mag álles er zijn, is alles neutraal van waarde en staat alles in dienst van de erkenning van ons pure ZELF, dat goddelijk is.

En…….
Als het ego in de buitenwereld het goede of het foute wil bestempelen, dan leeft het in de dualiteit. Daar is niets mis mee, zolang we ons realiseren dat wíj die gedachte niet zijn; dat ons pure ZELF iets anders is dan het (ego-)denken.